De handhaving van de Wet DBA is in 2025 volop in gang. En hoewel we in een eerder blog uitlegden wat deze wet precies inhoudt, richten we ons in dit artikel op de praktische gevolgen — zowel voor organisaties die zelfstandig professionals inhuren, als voor de professionals zelf. Want wie denkt dat schijnzelfstandigheid alleen voorkomt bij ‘foute’ bedrijven of onwetende zzp’ers, komt bedrogen uit. Vaak zitten goede intenties juridisch verkeerd verpakt. En de gevolgen kunnen groot zijn.
Wat zijn de risico’s voor opdrachtgevers?
Als opdrachtgever loop je in eerste instantie financieel risico. Wordt een arbeidsrelatie achteraf aangemerkt als loondienst, dan kan de Belastingdienst loonbelasting en premies met terugwerkende kracht terugvorderen. Daarnaast kunnen boetes en naheffingen volgen. Zelfs een modelovereenkomst biedt geen volledige bescherming — de praktijk weegt zwaarder dan het papier.
Buiten de fiscale gevolgen zijn er ook andere risico’s:
- Reputatieschade, zeker in sectoren waar goed opdrachtgeverschap cruciaal is
- Verstoorde relaties met freelancers die plots onterecht als werknemer worden behandeld
- Discussies over loondoorbetaling, vakantiedagen of ontslagvergoeding
Het gevolg? Veel organisaties worden terughoudend. Begrijpelijk — maar vaak onnodig. Kennis van de regels en een open gesprek met de professional maken het verschil.
En wat betekent het voor zelfstandigen?
Voor zzp’ers en interim-professionals liggen de risico’s elders. Als blijkt dat je eigenlijk als werknemer hebt gewerkt, verlies je mogelijk je recht op zelfstandigenaftrek, MKB-winstvrijstelling en andere fiscale voordelen. In het ergste geval volgt een forse naheffing. Ook ontstaat er onduidelijkheid over je rechtspositie — ben je bijvoorbeeld verzekerd bij arbeidsongeschiktheid?
Bovendien ontstaat er twijfel bij opdrachtgevers. Zodra jouw profiel te veel lijkt op loondienst, haken zij af. Daarmee wordt het lastiger om opdrachten te vinden, juist voor zelfstandigen die serieus en professioneel willen ondernemen.
“Ik merk bij veel klanten dat ze zoeken naar zekerheid zonder hun flexibiliteit te verliezen. Maar ook bij professionals zie ik dat ze juist vást willen houden aan hun zelfstandigheid. Het gesprek tussen die twee is cruciaal.” – Carolien Veuger, Senior Accountmanager bij Prodicom
Goede bedoelingen zijn niet genoeg
Veel situaties van schijnzelfstandigheid komen voort uit de beste intenties. Een opdrachtgever wil iemand behouden. Een professional wil zich inzetten. Toch kan de Belastingdienst dat beoordelen als een verkapt dienstverband. Alleen goede bedoelingen zijn niet genoeg — de uitvoering in de praktijk is doorslaggevend.
Praktische signalen om op te letten
Wil je toetsen of een samenwerking risico’s met zich meebrengt? Let op deze signalen:
- Werkt de professional exclusief voor jou of ook voor anderen?
- Wordt het werk zelfstandig uitgevoerd of geef jij inhoudelijke aansturing?
- Maakt de professional gebruik van eigen middelen, tools of systemen?
- Zijn er beoordelingsgesprekken of hiërarchische lijnen?
Hoe meer signalen van inbedding, hoe groter de kans dat er juridisch sprake is van loondienst.
Wat kun je concreet doen?
Voor opdrachtgevers:
- Maak risico’s bespreekbaar met HR en inkoop
- Gebruik niet alleen modelovereenkomsten, maar kijk ook naar gedrag en aansturing
- Overweeg alternatieve vormen zoals projectdetachering
Voor professionals:
- Wees transparant over je ondernemerschap
- Zorg voor meerdere opdrachtgevers, een eigen website en algemene voorwaarden
- Bewaar je autonomie en accepteer niet elke vorm van inbedding
Tot slot
Bij Prodicom helpen we opdrachtgevers en professionals om samen te werken op een manier die past binnen de regels — en bij hun ambities. We denken mee over contractvormen, rolverdeling en de borging van zelfstandigheid.
Ben je opdrachtgever en wil je je risico’s beperken? Of professional met vragen over je positie? Neem gerust contact op. We kijken graag samen wat het beste past.